0:00 / 0:00

Ann Pollyn en Dr. Deleu: sportief omgaan met kanker

Sport biedt hoop aan kankerpatiënten en hun omgeving

Een hoopvol verhaal: borstkankerpatiënte Ann Pollyn en Dr. Ines Deleu vertellen over hun sportieve uitdaging Tria+.

Ann Pollyn: een kankerpatiënte die kiest voor beweging

Tot 2018 stond sporten niet op Anns agenda. Prioriteit was voor haar enerzijds haar fulltime job als lerares op de Sint-Amandusbasisschool in Malderen en anderzijds de centrale motor zijn in een gezin met echtgenoot en 4 dochters.

“Mijn leven stond altijd in functie van anderen, voor mezelf nam ik weinig of geen tijd.” Dat veranderde toen ze plots in januari 2018 het verdict ‘borstkanker’ kreeg. “De diagnose kwam hard aan. Niet alleen bij mij, maar bij het hele gezin, familie en vrienden. Alles veranderde toen. Fysiek en mentaal kon ik plots de motor niet meer draaiende houden en ik moest sommige dingen loslaten. Zo nam mijn man bijvoorbeeld het huishouden over op de dagen dat ik moest toegeven: ‘Het gaat niet.’ Niet altijd aan de ander denken is soms wel moeilijk, maar de confrontatie met kanker doet je wel beseffen dat het voor mij tijd was om op mezelf te focussen.” Op aanraden van haar oncologe, Dr. Ines Deleu, ging Ann de grootste sportieve uitdaging van haar leven aan: deelname aan de Zwintriathlon. Een gigantische uitdaging, goed voor 1 km zwemmen, 10 km lopen en 45 km fietsen. En dat voor iemand die vecht tegen borstkanker.

 
“ Samen motiveren we elkaar om te blijven bewegen. Vrienden en familie zien ons enthousiasme en krijgen ook zin om intensiever te sporten. ”
— Dr. Ines Deleu

Ines Deleu: een dokter met een missie

Dokter Ines Deleu, Diensthoofd medische oncologie AZ Nikolaas: “Verschillende onderzoeken toonden het belang van bewegen al aan. Ik wil mijn patiënten dan ook zoveel mogelijk stimuleren gezond te leven, en bewegen speelt daar een grote rol in. Duursporten, zoals lopen en fietsen van lange afstanden, verminderen de kans op herval met 30 procent (cardiotraining). Dat is ook de reden waarom we met het programma Tria+ van start zijn gegaan om samen met patienten, hun buddies (partner, familielid of vriend) en de meters en peters (verpleegkundige, revalidatiedeskundige en artsen) te trainen voor een kwarttriatlon, de  Zwintriatlon.”

Voor de tweede editie van Tria+ hebben 45 mensen acht maanden lang een intens trainingsprogramma gevolgd, waarbij Ines buiten haar drukke werkschema tijd maakte om samen met haar patiënten te trainen. Er zijn wekelijks verschillende professionele trainingen. “De ene training deden we stabiliteitsoefeningen, bij de andere focusten we ons dan weer op het lopen, het zwemmen of het fietsen.” “Tijdens die trainingen had ik enorm veel aan mijn buddy Nancy, die mij ondersteunde en mij er soms letterlijk doorsleurde als het even niet ging,” vertelt Ann. “We hadden ook ontzettend veel aan elkaar als groep. We zijn allemaal door hetzelfde gegaan, maar onze gesprekken gingen zelden over kanker.” “Vele patiënten kennen elkaar ook van therapieën, zoals de chemokuren,” vult Dr. Deleu aan. “Het chemoclubje!”, lacht Ann.   

“Voordat patiënten beginnen aan Tria+, krijgen ze eerst een cardiaal nazicht en bespreken we met hun oncoloog of hematoloog of het programma haalbaar is. Hoewel ik zoveel mogelijk patiënten wil stimuleren te bewegen, moeten we steeds veiligheid voorop stellen,” legt Dr. Deleu uit.

“Naast enthousiaste deelnemers zijn er nog tal van andere zaken die noodzakelijk zijn om Tria+ te doen slagen. Voor de trainingen hebben we natuurlijk trainers nodig, die programma’s opstellen, maar daar stopt het niet. Het is altijd een hele zoektocht naar sponsors aangezien het programma ook een aanzienlijk startbudget vergt. Fietsen, helmen, wetsuits en ander trainingsmateriaal, het zijn allemaal materialen die we nodig hebben. Dus naast mijn werk als oncologe en mijn deelname aan de trainingen, ben ik steeds op zoek naar sponsors en partners om van Tria+ een succes te maken. Daarvoor moet ik soms wel andere hobby’s zoals fotografie op een lager pitje zetten, maar ik doe het met plezier,” vertelt Dr. Deleu. “Het is altijd een hele uitdaging, maar toch kan ik met trots zeggen dat alles eigenlijk heel vlot verlopen is de afgelopen twee deelnames. Hopelijk krijgen we ook alles tijdig rond voor onze volgende editie.”

 

Microbe te pakken

Dr. Deleu slaagde al voor een groot deel in haar missie om mensen meer te laten bewegen. “Ik heb bijvoorbeeld mijn kinderen altijd heel sportief opgevoed. Bij de eerste editie hebben mijn twee oudste zonen ook deelgenomen.” Ook Ann merkte dat het bewegen aanstekelijk is: “Ons hele gezin is aan het sporten geraakt. Mijn man traint nu ook bij één van de trainers en mijn dochter van 17 volgt mee mijn schema’s. Haar tweelingzus volgt me nu met haar handbike als ik ga lopen.” “Familie is zo belangrijk,” gaat Ann verder. “Telkens als ik het moeilijk had de kinderen achter te laten voor een training, overtuigde mijn man me te gaan. Mensen staan er niet vaak genoeg bij stil wat de impact van kanker is op de directe omgeving van een patiënt. Ik ben mijn man, kinderen en familie dan ook enorm dankbaar voor hun fantastische en onvoorwaardelijke steun.”

“ Het is niet omdat ik borstkanker heb gehad, dat ik niets meer kan. Het sporten heeft me ook een soort van verwerkingsproces gegeven. ”
— Ann Pollyn

Kanker bespreekbaarder maken, en vooral positief blijven

“Ik hoop ook dat kanker bespreekbaarder gemaakt kan worden en dat mensen niet meer doen alsof je een besmettelijke ziekte hebt. Mijn dochtertje (7) vroeg me onlangs of kanker besmettelijk was toen we samen in de zetel lagen. Dat is natuurlijk niet zo, maar soms voelde het wel alsof die kanker besmettelijk was.”

“Gelukkig is Tria+ wél besmettelijk!”, lacht Dr. Deleu. “Samen motiveren we elkaar om te blijven bewegen. Vrienden en familie zien ons enthousiasme en krijgen ook zin om intensiever te sporten. Mijn bedoeling is ook om mensen te doen inzien dat er heel wat zaken vaak tenonrechte als excuus worden gebruikt. Door de kanker en de (na)behandelingen komen vrouwen gewicht aan. Vaak hoor je dan: ‘Ik ben te zwaar, ik kan niet lopen.’ Maar dat is helemaal niet zo! Daarbij, door het bewegen verlies je gewicht en je gaat automatisch ook gezonder eten.” “Dat vind ik ook. Ik had overgewicht, maar ik heb het toch ook maar gedaan,” bevestigt Ann.

Als er iets is dat Ann geleerd heeft van haar borstkankerervaring, is het wel positief te blijven. “Het is niet omdat ik borstkanker heb gehad, dat ik niets meer kan. Het sporten heeft me ook een soort van verwerkingsproces gegeven. Tranen met tuiten heb ik gehuild tijdens de Zwintriathlon. Het was voor mij het einde van dat verwerkingsproces. De Zwintriathlon uitdoen was een bewijs dat ik het nog kan. Tegelijkertijd was het ook begin van een sportiever en gezonder leven.”

Nu zit de triathlon erop en hebben ze beiden hun doel gehaald, maar daar stopt het niet. “Ik zou graag de Antwerp Ten Miles lopen”, klinkt het bij Ann. “Dat moet lukken, hè. Dat zijn maar 6 kilometertjes meer,” moedigt Dr. Deleu aan. “Ik kijk uit naar de derde editie van Tria+. Helemaal klaar om mijn missie voort te zetten.”

“ Tijdens die trainingen had ik enorm veel aan mijn buddy Nancy, die mij ondersteunde en mij er soms letterlijk doorsleurde als het even niet ging. We hadden ook ontzettend veel aan elkaar als groep. We zijn allemaal door hetzelfde gegaan, maar onze gesprekken gingen zelden over kanker. ”
— Ann Pollyn

‘Switch to Hope’ is een initiatief van de volgende organisaties met de steun van Bristol-Myers Squibb: Borstkanker Vlaanderen, CMP Vlaanderen, European Cancer Patient Coalition (ECPC), Hodgkin en non-Hodgkin vzw, Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen, Melanoompunt, Mymu, Stichting Tegen Kanker, Talkblue Vlaanderen en Vie et Cancer.

Privacy | Social media guidelines ONCBE18NP04568-01